Weblog

  • Kinderarbeid

    donderdag, 8 december, 2016

    Vanavond was er een mooie uitzending van Klokhuis over kinderarbeid. Er waren beelden van de Nederlandse kinderarbeid van honderdvijftig jaar geleden, gelukkig inmiddels lang verleden tijd. Maar er waren ook beelden van kinderarbeid anno nu, bijvoorbeeld in India. Want ja, helaas komt kinderarbeid nog steeds veel voor in India en wat dat betreft heeft India een hele slechte naam. 

    Ik heb kinderarbeid vaak zat met eigen ogen gezien in India. Soms is de grens heel vaag: een kind dat water haalt bij een put, is dat kinderarbeid? Nee, dat niet. Onze kinderen moeten toch ook helpen in het huishouden? Het is pas kinderarbeid als de kinderen moeten werken en daardoor niet naar school kunnen. Hiermee ontneem je hen de kans op een betere toekomst. Als een kind geen onderwijs krijgt, heeft het niet de kans de armoede te ontvluchten.

                                                   

    Voor mij heeft kinderarbeid een gezicht gekregen met Meera. Zij was 1 van de leerlingen van de school waar ik een paar uur per week Engelse les gaf. Zij zat toen in grade 6 en was 11 jaar. Wij gaven Engels op manier die voor hun totaal anders was. De kinderen waren gewend om de hele dag met 60 kinderen in een klein lokaal, op krappe banken te zitten. De juffrouw zei wat en ze hoefden het alleen maar na te zeggen of op te schrijven. Bij ons deden ze toneelstukjes, konden ze kleuren (met viltstiften!), zongen ze liedjes en leerden zo een beetje Engels praten. De kinderen genoten ervan. De kinderen keken je allemaal aan met van die leergierige ogen: ze wilden zo graag leren!

     

    Meera was een heel lief meisje en ook bijzonder ijverig. Ze kwam, net als al die andere kinderen, uit een heel arm gezin. Misschien woonde ze wel in een van de tentenkampen achter de school. Ze kwamen allemaal op blote voeten naar school en droegen een uniform. Er waren er maar weinig die schoenen hadden. Sommigen hadden een trui of jas aan als het koud was (zoals Meera op de dag van de foto’s).

                                               

     

    Op een gegeven dag was Meera uit de klas verdwenen. Een paar weken later zag ik haar toen ik een klein supermarktje in de buurt binnenging. Ze stond te wachten bij de kassa met een klein kind op haar arm. Ze keek me aan en haar ogen begonnen te stralen. Ik vroeg haar waarom ze niet naar school kwam. En met haar gebrekkige Engels kon ze me duidelijk maken dat ze voor haar broertje moest zorgen en dat school voor haar afgelopen was. (Vaak speelt voor meisjes op die leeftijd ook menstruatie een rol, maar dat vertelde ze me uiteraard niet.)

    Ik zag haar weglopen in haar vieze kleren, met haar slordige haren en mijn hart brak voor haar. Ineens was het me zo duidelijk dat dit kind zo verschrikkelijk kansloos was. Zij zal nog een paar jaar voor haar broertjes en zusjes moeten zorgen, wordt op haar 15e uitgehuwelijkt en zal waarschijnlijk haar leven lang de eindjes aan elkaar moeten knopen. Welke kans heeft dit kind op een beter leven? Ik was haar kans wellicht.... maar ik liet de mogelijkheid voorbij gaan om te vragen waar ze woonde, zodat ik kon zorgen dat ze in aanmerking kwam voor een of ander studiefonds. Ik liep de winkel verder in en zocht dekking achter een stellingkast omdat inmiddels de tranen over mijn wangen liepen.

    Meera is slechts een van de ongeveer 50 miljoen kinderen in India die niet naar school gaan. Het is misschien moeilijk voor te stellen hoe je als ouder je kind kan laten werken en het recht op onderwijs ontneemt. Maar nood breekt nou eenmaal wetten. De gezinnen waar die kinderen uitkomen zijn zo arm dat ze geen andere mogelijkheid hebben. Door de ouders een eerlijk salaris te bieden kunnen zij hun kinderen naar school laten gaan. De projecten Speed, Wellpaper, Green the Gap, Jacobs Well (allemaal leveranciers van Emax Domina!) zijn daar goede voorbeelden van.

    Veel informatie over kinderarbeid in India is te vinden bij de Landelijke India Werkgroep.