Weblog

  • Wandelen

    woensdag, 7 januari, 2009

    Vanmorgen heb ik weer eens gewandeld met Ten Y in de buurt. Altijd leuk, want zo zie je nog eens wat anders dan de compounds en de hoofdweg. HEt is nog mistig en fris, maar de zon komt er al wel een beetje door. We lopen vanaf de hoofdweg 10 meter naar links, gaan een poortje door en zijn in een andere wereld.

    We lopen eerst langs wat huizen. Sommige vrouwen zijn bezig kinderen klaar te maken om naar school te gaan: haren mooi in de vlecht, stropdasjes om, rugzakken op. Andere vrouwen doen de was voor hun huis of maken op de stoep een mooie rangoli (dat is een bloemenpatroon gemaakt van rijstpoeder). Ik zie ook 2 vrouwen een minder leuk werkje doen: de ene grijpt (met haar blote handen!) een klodder uit een dikke verse koeievlaai, doopt dat in een emmer water en kwakt het vervolgens op de straat. De andere vrouw gaat er met de veger overheen om het uit te strijken. Dat doen ze om de straat te egaliseren, en om tegelijkertijd de koeiepoep op te ruimen. De koeien lopen immers los door het dorp en kwakken die vlaaien dus gewoon overal maar neer. 

    Daarna lopen we dwars door de landbouwvelden: rijst, wortelen, mint, rozen en nog wat andere gewassen die ik niet (her)ken. De afzonderlijke velden worden van elkaar gescheiden door verhoogde randen van aarde waar we overheen kunnen lopen. Mannen en vrouwen zitten op hun hurken in het veld om het onkruid te wieden. In hun midden staat een radiootje waaruit muziek klinkt. Een jonge vrouw roept naar ons: “what is your name?”, waarschijnlijk het enige Engels wat ze kent. Het uitzicht over het nabijgelegen meer is fantastisch, vooral met die zon die door de nevel doorkomt.  

    Na anderhalf uur lopen neem ik afscheid van T en Y en loop het laatste stuk langs de hoofdweg alleen naar huis. Vlak bij de weg naar Skylark zie ik 2 ‘ragpickers’. De jongens lopen met een grote zak over hun schouder en scharrelen tussen het afval wat op straat ligt. Ik schat de ene een jaar of 15 en de ander hooguit 10. Ze hebben oude vieze kleren aan en lopen op hun blote voeten. Het gekke is dat ik de jongens er niet ongelukkig uit vind zien. Ze hebben dikke pret met z’n tweeen. Maar ik weet dat schijn bedriegt. Ze hebben misschien net wat gegeten en de zon is net doorgebroken. Maar vanacht is het weer koud, en waar slapen ze? Is er wel iemand die voor het zorgt? Ik kan er niet aan denken. 

    De jongens krijgen mij ook in de peiling en gaan in de bedelstand: handje ophouden, vlak naast me lopen, hoofd schuin en smeken ‘please madam’. Ik doe mijn handen in de lucht om aan te geven dat ik niets bij me heb (wat ook werkelijk zo is) maar ze blijven achter me aanlopen. Toevallig stopt op dat moment een auto naast me en ik hoor: “Angela, what are you doing”? Het is Madhu, de dochter van onze overburen. Ik merk in haar stem oprechte verbazing. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat ik daar loop? Dat doe je toch niet! Ze vraagt of ik mee wil rijden en uit beleefdheid sla ik dat aanbod niet af. Als ik in de auto stap proberen de ragpickers nog hun door het open raam maar Madhu zegt iets tegen ze in het Kannada en ze druipen af. 

    Het is leuk om even bij Madhu in de auto te zitten en zo leer ik haar een klein beetje beter kennen. Ik ken haar omdat zij vanuit de Lions Club het project bij de Madhuranagara school coordineert en ik heb haar daar een paar keer kort gesproken. Ze vertelt met dat ze haar zoon mist die 4 weken geleden is vertrokken naar Atlanta om daar te gaan studeren. Ik zeg dat ik het ongelooflijk vind dat ze al zo’n oude zoon heeft. Ik schat haar een stuk jonger dan ik maar haar kinderen zijn wel 8 jaar ouder dan die van mij. Het is heel gebruikelijk in India om je kinderen op tijd te krijgen! Ze zegt dat ze nu weer een full time baan heeft waarop ik zeg dat ik dat ook wel zou willen. Maar zij zegt: “ik benijd jou. Ik mis het zorgen voor mijn kinderen, ik mis het knuffelen met ze, en ik heb spijt dat ik er niet meer van genoten heb toen ze klein waren. Maar ik heb geleerd meer in het nu te leven en te genieten van elk moment.” Jammer dat we er al zijn want we hadden nog wel even kunnen doorkletsen. Ze zegt dat ik een keer moet langskomen maar inmiddels heb ik geleerd dat als een Indier zoiets zegt dat niet opgevat moet worden als een echte uitnodiging.